Grand-Place Vietnam: een voorbeeld van verticale integratie

| Afdrukken |
21.01.2011
Preview
De eerste chocolade “Single Origin Made in Vietnam”

Grand-Place Vietnam (GPV), een onderneming aan wie BIO een financiering heeft toegekend, gaat de eerste chocolade op de markt brengen die volledig in Vietnam gemaakt is, vanaf de cacaoteelt tot en met het eindproduct. GPV is in dat land vandaag de eerste fabrikant die de cacaoketen in zijn productie heeft geïntegreerd.

Het gebruik van lokaal geteelde cacao vermindert de import van grondstoffen die nodig zijn voor het productieproces van chocolade. Bovendien zorgt het ervoor dat GPV zijn ecologische voetafdruk kan beperken en een totale controle over de kwaliteit in alle productiestadia kan hanteren.
Grand-Place, dat al sinds 1994 aanwezig is in Vietnam, is een Belgische chocoladefabrikant gespecialiseerd in couverturechocolade en chocoladedecoraties. In 2007 heeft GPV van BIO een lening van 650.000 euro verkregen, voor de financiering van de bouw van een nieuwe fabriek, de aanschaffing van een tweede productielijn van couverturechocolade voor de productie van chocolade op basis van cacaoboter, en tot slot de uitbreiding van het gamma chocoladedecoraties, topproducten die een grote toegevoegde waarde bieden, meer bepaald aan de export. De fabriek, die in 2009 werd ingewijd, produceert 3000 ton chocolade per jaar die verkocht wordt aan grote hotels en restaurants, bakkerijen, banketbakkerijen en ijsfabrikanten. GPV exporteert bovendien een deel van zijn productie naar Noord-Amerika en Azië.

De heropleving van de cacaoketen

De cacaoteelt, die al sinds 1954 aanwezig is in Vietnam, is nooit echt uit de impasse geraakt, omdat er geen markt was in het land. Ze kende een wederopleving dankzij een ambitieus programma dat in 2004 door de Vietnamese regering werd opgezet om in antwoord op het tekort van de wereldproductie de keten weer op gang te brengen. De cacaoteelt in Vietnam staat nog in de kinderschoenen, omdat een cacaoboom 4 jaar nodig heeft om bonen te dragen. Bovendien zijn cacaobonen moeilijk te bewerken grondstoffen en vereisen ze een bijzondere know-how.

De chocolade-industrie kan ze immers niet meteen na de oogst gebruiken. Ze moeten nog een bijzonder lang en strikt naoogstprocedé volgen. Over het algemeen zijn het de producenten of de kleine coöperatieve verenigingen die verantwoordelijk zijn voor de naoogstactiviteiten. Elke fase beïnvloedt de eindkwaliteit van het product.

Dankzij een subsidie voor technische bijstand toegekend door BIO aan GPV konden ze de kwaliteit van de bonen onderzoeken en hun technische ploeg voor het beheer van de cacaoketen opleiden. De resultaten van die studie hebben aanleiding gegeven tot het opzetten van een programma met als doel de verbetering van de kwaliteit van de bonen.

Het team van deskundigen werkt samen met de lokale landbouwers doorheen alle fasen van de productie, van de oogst en het droogproces tot en met de gisting. Die samenwerking staat producenten toe om nieuwe vaardigheden te verwerven en de moderne technieken aan te leren, en vervolgens bij te dragen tot de levensvatbaarheid van de keten.

Positieve effecten op het producerende land

Dankzij de lancering van “Made in Vietnam”-chocolade creëert GPV een extra toegevoegde waarde, namelijk door het ontwikkelen van lokale vaardigheden via de overdracht van Belgische know-how en technologie in het productieproces.

Het project heeft een dubbele positieve impact op de economie van het land. Enerzijds gaat GPV, door de cacaoketen te integreren, zijn import van grondstoffen nodig voor het productieproces verminderen. Anderzijds gaat de export van een deel van zijn chocoladeproductie bijdragen tot het genereren van sterke vreemde valuta. Het project gaat ook nieuwe werkgelegenheid creëren.

Kortom, de verticale integratie van de keten gaat ervoor zorgen dat de cacaoteelt weer op gang komt en dat de technieken en het rendement verbeteren. De aanmoediging van die keten zal producenten bovendien kunnen aansporen om de exploitatie van andere teelten van voedingsgewassen nieuw leven in te blazen.

Het slagen van dat project toont aan dat het van belang is dat privéondernemingen in ontwikkelingslanden toegang krijgen tot financiering. Door ondernemingen te helpen bij het investeren in de uitbreiding en de consolidatie van hun activiteiten via financieringen op lange termijn, en door hen subsidies voor technische bijstand toe te kennen, draagt BIO bij tot het stimuleren van hun zin voor innovatie en het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. De steun aan de privésector draagt bij tot de versterking van de lokale economische structuur, de diversificatie van de markten en de bevordering van het ondernemerschap. De voedingsmiddelensector, meer bepaald de landbouw van voedingsgewassen, de exporterende teelten, de veeteelt en de veredelingsindustrie, is een prioriteit voor BIO want die genereert een directe impact op de lokale economie en de levensomstandigheden van de bevolking.

Terug